Van gevulde pitabroodjes op straat tot uitgebreid uren tafelen met vrienden, in Israël kan het allemaal. De laatste jaren is er een culinaire revolutie gaande, waarbij sfeerloze cafetaria plaats hebben gemaakt voor bruisende, hippe bars en restaurants. Tegen het eind van de jaren 90 kwam de Sefardische keuken helemaal op gang. De Serfardiem is een verzamelnaam voor Joden afkomstig uit Islamitische landen. De Sefardische eetcultuur bestaat uit gerechten als choemoes, falafel, sjaksjoeka of techina. Dankzij de afwezigheid van enige restaurant tradities waren de culinaire pioniers vrij om naar hartenlust te experimenteren met nieuwe bereidingswijzen en originele smaakcombinaties. Hierdoor is de Israëlische keuken van tegenwoordig een mengelmoes van allerlei culturen. Zo vloeien in restaurants al die geuren en smaken uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten organisch samen.
Producten
Hoewel de Israëlische keuken nog jong is, zijn er een aantal onderscheidende kenmerken. In de eerste plaats zijn er typische smaakmakers zoals techina (gemalen sesamzaden-pasta), za’atar (een kruidenmengsel), silan (een dadelmelasse) en harissa (een pittige pasta gemaakt van chilipepers, paprika, knoflook en specerijen). Daarnaast is er een grote voorliefde voor groenten, zoals aubergines, paprika’s, zoete aardappel, venkel en koolrabi. De groenten worden vaak op smaak gemaakt met kruiden en gegrild of gepoft. Naast de smaakmakers en groenten zijn de belangrijkste ingrediënten van het eten liefde en plezier.
Overzicht van de recepten:
Hoofdgerechten:
